Zondag stond in het teken van mijn moeders oerhollandse gezelligheid, vier klassieke jankfilms en een overdosis Ben & Jerry’s. We lagen de hele dag samen languit op de bank, vraten alles wat ook maar enigszins eetbaar was en duwden film na film in de DVD-speler. Ik was moe, had een gigantische kater en voelde me rot: ik moest huilen bij alle zielige stukjes in The Notebook terwijl ik de film gewoonlijk niet zo ontzettend ontroerend vond. Mijn moeder begreep er helemaal niets van, maar ik wilde haar gewoon niet over Jim vertellen – dat kwam later allemaal wel.
Waar ik haar tevens niet over wilde vertellen, was het feit dat ik die nacht was thuisgebracht door een potentieel gevaarlijke man. Ze zou me vermoorden als ze het wist.
“Zo zie je maar,” snifte mijn moeder toen Jack de diepte van de oceaan in zonk. Mijn hoofd lag op haar buik en ik hoorde haar stem gonzen. “Word maar nooit verliefd. Uiteindelijk moet je elkaar altijd weer leren loslaten.”
