Lievelingsscène #4

juni 11, 2010

Ook ik heb – weliswaar met enkele dagen vertraging, maar beter laat dan nooit – mijn favoriete stukje uitgekozen, en dat kun je hieronder lezen. Vooral de laatste zin is mijn absolute favoriet.

“Hoe doet ze het toch,” vroeg ik me hardop af toen de meest linkse jongen steeds iets meer naar haar toe schuifelde en uiteindelijk een heus luchtgitaarduel met haar aanging. Hij wist duidelijk beter hoe een gitaar in elkaar zat; ik zag het aan hoe hij zijn vingers systematisch op de juiste plaatsen neerzette.

“Combinatie van natuurlijke charme en overal schijt aan hebben,” antwoordde Fleur. Ze draaide haar hoofd in mijn richting en moet mijn beteuterde blik gezien hebben, want ze zei: “Hé, het komt wel goed met jou!” en woelde met haar hand door mijn haar, waardoor het nog meer overeind ging staan.

“Jawel, jawel,” mompelde ik, hoewel ik er zelf niet veel vertrouwen in had. Ik had ooit één vriendje gehad, tienduizend jaar geleden, en die was er na een maand gillend vandoor gegaan. Ik was er kapot van geweest en had na drie maanden zwelgen in zelfmedelijden besloten dat ik mijn hart nooit meer weg zou geven. Ik had van huis uit ook niet bepaald het goede voorbeeld meegekregen: als mijn ouders niet eens bij elkaar konden blijven tot de dood hen scheidde, dan zag ik niet in waarom dat bij mij zo anders zou zijn.

Ik staarde terug naar Julia en zuchtte. Ze was als een magneet voor jongens met bindingsangst en toch kon ze zich nog steeds openstellen voor de liefde. Ik beneed dat in haar.

Julia had direct door dat ik haar aan zat te staren: ze ving mijn blik en wenkte me met iets meer overtuiging dan goed voor me kon zijn. Zodra de jongens doorhadden dat ze een vriendinnetje de leeuwenkuil in probeerde te lokken, en geen concurrentie, begonnen ze haar gebaren enthousiast te kopiëren. Ik kon wel door de grond zakken.

“Waarom moet ze mij toch altijd hebben?” vroeg ik Fleur, verzuipend in mijn eigen misère, terwijl ik donders goed wist hoe het zat.

“Omdat jij jongens leuk vindt,” antwoordde ze. “En geef toe: ze zijn ook best wel leuk, zeker als je in je achterhoofd houdt dat het jongens zijn. Misschien moet je gewoon maar gaan.”

Ik keek haar aan alsof er konijnenoren uit haar neus groeiden.

And I won’t make a sound

februari 23, 2010

Op de vroege morgen van zaterdag 20 februari 2010 zat ik, zoals (bijna) elke zaterdagochtend, in de tram. Op weg naar mijn werk.
Neko had het een tijd terug over het nummer “Air Traffic” van Owl City en dat ze in haar hoofd een soort videoclip(je) aan het maken was ervoor, met OMDH in de hoofdrol. Een deel van deze clip zou zich in de Amsterdamse tram afspelen, en toen ik ‘s ochtends in zo’n tram zat, maakte ik een foto – eentje die behoorlijk in de buurt komt van een screenshot van de clip.
De foto hieronder is het eindresultaat geworden en hoewel het slechts een sfeerimpressie is, gemaakt met mijn mobiele telefoon omdat ik geen andere camera tot mijn beschikking had, hoop ik dat de foto het gevoel uitstraalt wat ik had bij het zien van ‘het moment’ en wat ik had bij het vastleggen ervan.

and I won't make a soundAnd I won’t make a sound, titel uit “Air Traffic” van Owl City.

“if you awake before we arrive I will carry you down and I won’t make a sound”

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.